Well, they say the sky’s the limit
And to me that’s really true (Na!)
But, my friend, you have seen nothing
Just a-wait till I get throughBecause I’m bad, I’m bad, sh’mon, na!
(Bad, bad – really, really bad)
You know I’m bad, I’m bad – you know it, na!
(Bad, bad – really, really bad)Aldus Michael Jackson.
In ongeveer 2005, het preciese jaartal ben ik even kwijt, vond onze visionaire teammanager het van belang dat er een subteam werd opgericht, een team dat zich zou gaan richten op ‘de digitale bibliotheek’, in alle aspecten daarvan. Dat werden dus Yvette, Ania, Ans, Frank en ondergetekende.
Een van onze eerste taken was het bedenken van een naam voor dat team. We hadden volledige vrijheid . Dat werd dus team Bibliotheek Almere Digitale diensten. Ofwel BADD. Dat we ook een lijflied hadden was duidelijk. Nog zeker tien jaar later kwam ik sporen tegen van dat team BADD op digitale opslagruimtes van de bibliotheek en in mailadressen. Om nog maar te zwijgen van de napret die we met z’n allen nog wel eens hebben.
Volgens mij waren we hiermee de eerste bibliotheek met een apart team voor de digitale bibliotheek, waarin we ons allemaal konden richten op een specialiteit. Onderwerpen die ik me nog kan herinneren: al@din, de website, die van een in Dreamweaver gebouwd ding naar een heus Content Management Systeem moest. Kantoorautomatisering, betaalautomaten, het aanbod van peperdure databases met informatie, die godbetert alleen maar binnen de muren van de instelling gebruikt mochten worden. Een provinciale chatservice op het web. En wat al niet meer. Godzijdank met z’n vieren. Bovendien hielden we zo ook nog tijd over om mee te draaien in de ‘frontoffice’ – om contact te houden met het publiek en te voelen wat de echte behoeftes waren. Tenslotte was alles wat je deed toch voor dat publiek bedoeld.
Helaas sneuvelde dat mooie team bij de eerste de beste reorganisatie. Iets met ‘strikte scheiding tussen front- en backoffice’ en specialisering in extremis. Doodzonde. Een blunder. Hoewel ik de uiteindelijke overblijver was in het rijk van de digitale bibliotheek en niet mocht mopperen met mijn nieuwe functie: het was veel te veel voor één man. En dan was er het verschil tussen manager digitale bibliotheek en bibliothecaris digitale bibliotheek. Ofwel: budget of geen budget beheren. Laten we zeggen dat ik er het beste van gemaakt heb :-). Versterken en professionaliseren van team BADD was toen de slimste weg geweest. Maar wie ben ik? Ik heb het toen wel geroepen, maar veel te zachtjes waarschijnlijk.
In de wereld van de digitale bibliotheek is er veel verlichting door landelijke ontwikkelingen: de website is voor iedereen en overal in alle (bijna alle) bibliotheken hetzelfde. Bibliotheken hoeven geen redacties meer te onderhouden, of techneuten die zorgen dat een website beschikbaar blijft. Hoewel?
Nadeel van de landelijke constructie is, is dat die volledig uit z’n jasje gegroeid is. Als een bibliotheek er het maximale uit wil halen dan zijn er specialisten op het gebied van de complexe Adobe webservices nodig. Geen redacteuren, maar ‘Content managers’. Tegenwoordig is er heel veel aandacht voor webmarketing. Dus moet er gewerkt worden met Google Analytics, tagmanagers en dergelijke. En moet de nieuwe algemene verordening gegevensbescherming tussen de oren van alle medewerkers zitten. Veel biebs willen per se toch websites van zichzelf (erbij) houden. Om te bloggen. Voor (tijdelijke) projecten. Enzovoorts. En gaan ze dus in zee met dure aanbieders of modderen ze zelf aan met WordPress en webhosters. Het wordt niet echt eenvoudiger. Eerder complexer. En duurder. En niemand vraagt zich af: is het echt nodig? Volgens mij ook omdat het iedereen – inclusief (verzamelde) directies – ver boven het hoofd gegroeid is.
Gelukkig is het niet meer nodig om zelf contact te hebben met aanbieders van informatieve databases. En godzijdank al helemaal niet met uitgevers van e-books. Overgenomen door de Koninklijke Bibliotheek. Ik prijs mezelf heel gelukkig de laatste jaren deel te hebben uitgemaakt van de landelijke adviescommissie inkoop e-content.
Het digitale overheerst momenteel de bibliotheken. Behalve dat ze minder geld krijgen van de gemeentes – gewoon kille bezuiniging, maar ook als compensatie voor de uitname uit het gemeentefonds voor de digitale bibliotheek, is er ook de neiging om zelf steeds méér uit te geven aan ‘het digitale’: de verlokkingen van datamarketing, apps, games, gimmicks, enzovoorts. Ik heb het gevoel alsof soms de basisdoelstellingen van de openbare bibliotheek ernstig in het gedrang komen en – hoewel het marketing genoemd wordt en er heel veel in hokjes gestopt wordt, er niet meer gekeken wordt naar wat de echte behoeftes zijn. En dat ‘mission statements’ van bibliotheken vaak zover worden aangepast, dat ze wel aansluiten op een tijdgeest, maar niet meer op de oorspronkelijke geest van de openbare bibliotheek.
Of is die al opgegeven? Ik zou dat erg jammer vinden.
Maar misschien ben ik te pessimistisch.
You know I’m bad, I’m bad – you know it, na!
(Bad, bad – really, really bad)