Een vroegere tante van mijn vrouw werkte héél lang geleden als vrijwilliger in de bibliotheek van een klein Noord-Hollands plaatsje. Ze zette koffie, maakte schoon, ze lapte ramen, ruimde soms boeken op en maakte praatjes met de bezoekers. Ze was bovendien een zeer begenadigd handwerkster. Haar werk, vooral poppen in klederdracht, werd regelmatig tentoongesteld in die bibliotheek. Ze haalde er zelfs de lokale krant mee. Een aantal poppen zijn nog te bewonderen in een Almeers verzorgingstehuis, waar we ze aan hebben geschonken.
De vrouw had beslist veel meer in haar mars, maar had de pech getrouwd te zijn met een man van de vreselijk oude stempel. Ze mòcht niet eens werken van haar echtgenoot. Iedereen moest weten dat zijn inkomen ruim genoeg was. Het vrijwilligerswerk werd gedoogd door hem, als maar niemand er achter kwam dat ze wel eens schoonmaakte. Zo kwamen bibliotheek en tante als geroepen voor elkaar. De mager gesubsidieerde bibliotheek hoefde niet voor ieder wissewasje een betaalde kracht in te zetten en onze tante had zo meer sociale contacten en ontving meer waardering voor haar inspanningen. De bibliotheek werd een warmere plek met haar aanwezigheid.
Geschiedde vrijwilligerswerk in de bibliotheek vroeger wellicht op basis van wederzijdse waardering? Iedereen was immers gelukkig. De medewerkster die niet mocht werken en de karig gesubsidieerde bibliotheek, die niet voor ieder eenvoudig wissewasje een betaalde kracht hoefde in te zetten.
Hoe anders is het tegenwoordig. Op Youtube worden door de Koninklijke Bibliotheek (KB) interviews gepubliceerd met beleidsbepalende mensen uit de bibliotheekwereld, onder de nou niet bepaald uitnodigende titel ‘bieb-a-palooza’. In de meest recente uitzending komen twee HR medewerkers aan het woord, alsmede de directeur van de in Biblionet verzamelde Groningse bibliotheken. Behalve dat ze over de hedendaagse ontwikkelingen in de bibliotheek niet verder komen dat wat algemeenheden en nietszeggende platitudes, ontspoort het interview volledig wanneer de term ‘vrijwilliger’ valt. Althans, ontsporen – het wordt gewoon een tenenkrommende vertoning die de openbare bibliotheek onwaardig is.
Bibliotheken lijken de vrijwilliger te beschouwen als de nieuwe goedkope werknemer, die het eigenlijk ook wel kan allemaal. Biblionet Groningen, weliswaar provinciaal, heeft er 800 ‘in dienst’. Andere bibliotheken overwegen zelfs de verbanden met vrijwilligers niet meer met een overeenkomst te bezegelen (teveel gedoe als je er van af wilt?). Ze moeten soms wat bijgeschoold worden… Groningen overweegt het ‘beheer’ van die vrijwilligers zelfs uit te besteden. Want men weet niet hoe. De waardering van vroeger. Waar is die gebleven? Er wordt over mensen gesproken alsof het robotjes zijn.
Gaandeweg wordt het interview zelfs extreem tenenkrommend.
Nee, bibliotheken hebben het over het algemeen niet breed. En de vele werklozen worden gedwongen om contact te houden met de maatschappij door onbetaald arbeid te verrichten, waarmee ze op hun beurt weer betaalde krachten van de markt verdringen. Maar “Ze werken maar een paar uur per week“. Ja, maar het zijn er alleen in uw organisatie al 800… Dat de dames dachten dat er geen verdringing plaats vond, kwam er overigens weinig overtuigend uit.
Bibliotheken hebben de neiging meer te willen doen dan van ze gevraagd wordt. En worden ten onrechte door gemeentelijke besturen uitgewrongen. Diezelfde gemeentelijke besturen zien tot hun genoegen dat de bibliotheken door veel vrijwilligers in te zetten een bijdrage leveren aan de ‘participatiemaatschappij’. Ik vind dat laatste een kotswoord, maar goed. Bibliotheken zijn helaas een instrument geworden van de liberale politiek. Het zal lastig worden dat beleid te kantelen. Uw bijdrage daaraan begint overigens in het stemhokje straks.
Tot slot, om zelf terug te kijken, de betreffende biebelepoeza…

Beste Peter,
je blog roept natuurlijk om een reactie van mij, omdat ik eindverantwoordelijke ben voor de visie van bibliotheek Kennemerwaard op het gebied van personeels- en vrijwilligersbeleid. Het is wat lang geworden… dus zie mijn blog. http://zomer65.blogspot.com/2018/06/verdringing-of-niet.html
Dank je voor de reactie hier, Erna. Ik heb helaas geen prijzen voor primeurs. Maar anders had je die zeker gewonnen. Ik ga je blog met interesse lezen!
Dag Peter, ik ben de dame uit Groningen… nodig je graag uit voor een gesprek over dit thema. Er is veel meer te zeggen over het werken met vrijwilligers dan we even in dit korte interview kwijt konden. Ik ben geen blogger maar ben het roerend eens met mijn collega Erna Winters. Bij ons in Groningen is van verdringing van betaald werk geen sprake. Wij maken een verschuiving naar de maatschappelijke bibliotheek en het onderwijs. Daar wil ik mijn professionals voor inzetten. Dat is echt bibliotheekwerk. Werken aan persoonlijke ontwikkeling van mensne en aan het verbeteren van kansen voor mensen die aan de zijkant staan. Het uitlenen van boeken geven we aan de burger terug….. mag je het niet mee eens zijn hoor …. maar wij moeten en willen keuzes maken. Net als alle bibliotheken in Nederland.
Beste Jacqueline,
dank voor je uitnodiging. Ik kom ongetwijfeld nog langs in Groningen. Ben er vaker. Fijne bieb. Fijne mensen. Geweldige stad (en provincie).
Ik sta versteld van de reacties onder mijn blog. Twee bibliotheekdirecteuren – en niet de minsten ook, die in de pen klimmen. Wie ben ik dan wel? Wat heb ik gezegd? Dat ik heftig schrok van de toon waarop in de video over medewerkers (profi en vrijwillig) in de bibliotheek gesproken werd? Mijn reactie op jullie video zou jullie aandacht toch niet waardig mogen zijn. Dacht ik.
Of mis ik iets?
Jullie reageren openbaar. Jullie staan open voor discussie. Fijn. Super. Ik hoop dat degenen van wie ik de afgelopen week zeer relevante reacties las en hoorde, dit in hun oren knopen en nu ook hier, op Erna haar blog òf op biebtobieb hun zegje doen. Ik ga als afgekeurde bibliothecaris niet door het hele land die discussie voeren. Neemt niet weg dat ik echt graag in Groningen kom kijken :-).
Nogmaals: ik heb sterk de indruk dat omtrent de materie van ‘functieverschuivingen’ in de openbare bibliotheek en het steeds vaker gebruiken van vrijwilligers, reflectie nodig is. Bij alle betrokken partijen. Misschien gaan dingen te snel, of gaan dingen wellicht niet juist of moeten er ‘grenzen bepaald worden’. Er is wederzijds veel onbegrip. Dat is een ding dat voor mij zeker is. Vooral ook voor de zwijgende meelezers zeg ik dus: spreek! Het is jullie bibliotheek. Jullie moeten ermee door. Ik ben slechts buitenstaander.
Interessante discussies altijd weer, wel of geen vrijwilligers. Ik kan alleen maar toevoegen dat ik graag zelf in bibliotheken aan de slag zou willen alleen vaak ‘nee’ krijg toegeschoven aangezien ik betaald wil worden, dus van verdringing is wel degelijk sprake in mijn ogen, geen idee op welke schaal (ik ben natuurlijk maar één persoon) – ik weet dat er af en toe een vacature online komt die mij past maar dat daar erg veel sollicitaties op komen. Het zijn gewilde banen.
Inderdaad kun je de verdringing ook van die kant bekijken. Als professional niet meer binnen kunnen komen. Helemaal waar is dat natuurlijk niet: er zijn regelmatig vacatures in Nederland. Maar dat lijkt in negen van de tien gevallen om marketing en communicatiespecialisten te gaan. Werk dat feitelijk weinig of niets met bibliotheekwerk van doen heeft, natuurlijk. Maar als bibliothecaris kun je het eigenlijk wel schudden tegenwoordig.