Vier weken delier: van Antwerpse Zoo naar de ferry AMC – Almere vv. (3 van 4)

Vlak na de operatie.

Vlak na de operatie. Ik weet er gelukkig niets van af.

Op 31 mei 2015 ging het licht uit en begon mijn lange delier. Van het moment zelf, of de nacht ervoor, heb ik geen weet. Van horen zeggen weet ik dat de benen het het eerst begeven als er geen goede doorbloeding meer is. Zal wel. Ik had volgens mijn vrouw een strip Nerufen in mijn hand. Ik zal dus pijn hebben gehad. Het mòet in ieder geval een stevige knal zijn geweest – met mijn hoofd op de rand van de badkuip.
Met veel herrie. Godzijdank.

 

Van de bijna vijf weken in het AMC (waarvan 22 dagen IC) heb ik nauwelijks waargebeurde dingen mee. Ik lag met een delier.  Wel herinner ik me twee keer  dat een chirurg me aansprak na een operatie. Daarna had ik een paar gedachten die zijn blijven hangen. De eerste keer was het: Jezus, wat een kutdroom zeg! Maak me wakker. Paniek.
De tweede keer besefte ik dat er best wel heel veel tijd was verstreken na die eerste keer. Wat nou droom? Volgens mij ben ik echt aan het doodgaan… shit. Hoe kan dat? Is er een ramp gebeurd?

De Antwerpse zoo
Zes juni. Behoorlijk wat apparatuur...

Zes juni. Nog behoorlijk ingepakt.

Er moet ook ìets van die eerste dag zijn meegekomen in het delier. Maar ik weet niet of dat deze droom was: ik was met een stel vage relaties op bezoek in de Antwerpse zoo. Een soort van feestje. Nee, ik ben daar nooit in het echt geweest, alleen maar een keer langsgelopen. Na een copieus diner moesten we terug. Dat ging met vreemde grote auto’s, zo droomde ik. Er was niet echt plek meer voor mij, daarom werd ik allerijl op een achterbank geschoven en liggend vastgebonden. Was dat de ambulance? De eerste waarmee ik naar het Flevoziekenhuis ging, of de tweede, die met politiebegeleiding van Almere naar het AMC scheurde?

De ferry tussen het AMC en Almere

In mijn delier zag ik een paar keer een grote veerboot onder stoom liggen. Het was openbaar vervoer. Dus als we een stukje naar rechts gingen en dan naar links, dan kwam je op het plein waar je in kunt checken. Ik probeerde mijn vrouw mee te slepen, maar ze wilde maar niet. Ik zag de boot meerdere keren zonder ons wegvaren.
De fysiotherapie met een hometrainer op bed was een fietsvakantie naar de bergen in Italië. Die overigens begon in een broodjeswinkel op een eerste etage in Zwolle.
Mijn werkgever was gefuseerd met het AMC. De directeur en mijn manager liepen in een chirurgen-outfit. Andere collega’s waren verplegend personeel. Volgens mijn manager allemaal reuze efficiënt zo.

Ik voelde me vaak angstig en bedreigd. Zo werd ik in mijn delier twee keer in de brand gestoken door vrouwen die met fakkels liepen. De relatie tot de werkelijkheid: dat waren waarschijnlijk CT-scans. Er ging een rechtszaak aan vooraf van fans van de Flower Kings, die het strafbaar vonden dat ik een nummer niet mooi vond. Veroordeeld tot de brandstapel. Mijn vrouw moest aan het ziekenhuisbed vaak muziek spelen. Daar zat veel Flower Kings tussen. Vandaar.

En nog honderd andere krankzinnige dromen.

Langzaam wakker worden
Zes juni. Ik zit zelfs even. Heeft niet lang geduurd.

Zes juni. Ik zit zelfs even. Heeft niet lang geduurd.

Op een gegeven moment zag ik mijzelf in een rolstoel zitten. Mijn vrouw duwt me voort in een groot gebouw, terwijl ze me vertelt  over schilderijen en een museum in het ziekenhuis.  Ook liet ze me een plein zien met winkels en bedrijvigheid. Dat is waargebeurd. En het was toen vijf of zes juli. De delier begint af te zwakken.
Ik droom nog een keer heftig dat we met de trein eindelijk naar Almere mogen! Maar helaas. Halverwege loopt de trein vast op Strandfestival Zand in Almere. Ik word opgesloten in de kantine en kan alleen nog maar snacks eten. In werkelijkheid kreeg ik van mijn vrouw en een vriend een broodje kroket te eten… het schijnt dat ik dat in twee happen heb opgegeten. Dat was de laatste avond. Toen het festival afgelopen was en de treinen weer gingen rijden, werd ik wakker.

Gedurende die vijf weken waren er dus twee werelden. Aan de ene kant was er mijn echte ik, die een enorm zware operatie onderging en wekenlang geïntubeerd lag op de Intensive Care. Die een hartstilstand kreeg (ik kan me niet herinneren dat er iets was aan die andere kant, sorry) en na een paar weken opnieuw open werd gemaakt om te kijken of er misschien iets mis was. Mijn herstel ging niet echt vlot.
Aan de andere kant leefde ik in een delirische wereld. Krankzinnig en eng. Maar zonder pijn – ik heb niet eens gevoeld dat ik een katheter met mijn voet heb uitgerukt.

Was dit delier een beschermingsmechanisme?

Was het delier – waarvan ik vermoed dat het heel dicht bij de ervaring van demente ouderen komt – een beschermingsmechanisme? Want die vijf weken bewust mee maken had me namelijk ook geen pretje geleken. Of werd de aanvankelijke klap met hoofd op badkuip in combinatie met de openhartoperatie versterkt door morfine en haldol en was het logisch dat ik wakker werd, naarmate ik minder van die stoffen toegediend kreeg?

Anyway. Ik kan het navertellen. Gelukkig. Maar ja, het leven is wel een beetje anders daarna.