Bibliotheekmijmeringen

peter in bibliotheek capelleIk zie mezelf nog altijd als kleine jongen van zes jaar met mijn vader naar de bibliotheek gaan. Ik herinner me twee plekken in Rotterdam: een kasteelachtig pandje aan de Westzeedijk – toen een filiaaltje van de bibliotheek, nu onderdeel van het Natuurhistorisch museum – en de toenmalige hoofdvestiging aan de Nieuwe Markt, een statig pand. Krakende houten vloeren, kaartenbakken. Met een kaartje daaruit kon je naar een strenge dame achter een balie, die dan mooie boeken ging ophalen. Ik kan de gebouwen nog ruiken, hoor het parket nog kraken en zie mijn vader als een man waar ik nog tegenop keek. Terzijde: hij was één meter vijfenzestig. Dus lang heeft dat opkijken niet geduurd. Maar hij heeft tot zijn dood gelezen. Wat dat betreft: altijd tegenop blijven kijken. Veel over Rusland las hij. Ik denk dat hij stiekem wel wat in de basisprincipes van het communisme zag, trouwens.

Ik leerde behalve lezen nog meer in de bibliotheek. Er was een boek over sterren en planeten. Met een grote afbeelding van een planetoïde die de aarde trof. Dat vond ik vreselijk eng. Heb er jarenlang nachtmerries van gehad. Maar toch maakte die bibliotheek mijn wereld zo ontzettend veel groter. Ik leerde er bovenal de kunst van het verwonderen. En dat er zoveel meer was dan alleen Rotterdam en de mensen daarin. En dat al die mensen verschillend waren. Ik werd er nieuwsgierig en – naar ik hoop – tolerant voor alles wat afwijkt van het dagelijkse beeld. Later leerde ik over planeten en sterren. En was niet meer bang voor die crash.

Lees verder