Slotakkoord

Over hoe het mij verging na de dissectie in 2015 heb ik eigenlijk heel weinig geschreven. Iets over m’n gebrekkige kortetermijngeheugen, iets over de e-bike en een mogelijke PTSS. Maar niets over mijn werksituatie.  Nu, eind maart 2018, is er een soort eindpunt bereikt, met name in die werksituatie. Noem het, na alles wat er gebeurd is een ‘happy ending’. Het UWV heeft mij vrijgesteld van re-integratieinspanningen en in april 2019 zal een WIA (IVA) aanvraag ingediend kunnen worden. En ja, mijn vrouw en ik zijn daar heel blij mee. Voor het eerst sinds begin 2015 voel ik dat ik weer rust heb. Eindelijk.

Na mijn dissectie kwam ik als een wrak uit het ziekenhuis. Maar één ding was sterker dan wat dan ook ooit geweest is: mijn hoofd. Ik moest en zou weer een gewoon leven leiden en mijn carrière gaan vervolgen. Vol goede moed. Met heel veel paracetamol en doorzettingsvermogen ging ik ertegen aan. Het deed zeer en ik leed. Maar dat lichaam zou toch wel herstellen? Het hoofd zou toch wel weer helder gaan functioneren? Gaandeweg merkte ik dat dat eigenlijk wel verdomde langzaam ging. Of helemaal niet meer. En ook het werk dat ik deed vond ik ineens niet meer bij mijn nieuwe zelf passen. Maar ik had me heel stoer naar 100% teruggere-integreerd. De bedrijfsarts was ook ‘best wel’ een beetje terughoudend bij het – na 1,5 jaar ziekteverzuim – weer 100% genezen verklaren. Maar ik stond erop dat dat gebeurde. Een maandje later vertelde de chirurg mij dat mijn lijf nooit meer beter zou worden. Ook begreep ik al dat persoonlijkheidsveranderingen na zulke dramatische gebeurtenissen er bijhoren. Mijn leven stortte (alsnog) helemaal in en ik raakte door het minste geringste zwaar geïrriteerd. Na nog een maandje doorzwoegen heb ik de bijl erbij neergegooid. Ik kon niet meer en heb me ziekgemeld.

Op aangeven van de bedrijfsarts ben ik gegaan voor een aanvraag voor de WIA (IVA) met verkorte wachttijd. Haalbaar volgens de bedrijfsarts. Een ‘hamerstuk’ zelfs, dacht hij. Die procedure werd een martelgang. Verkorte wachttijd is in principe alleen voor acute en uitzichtloze gevallen. Het vergaren van de documenten (brieven van specialist en huisarts) gebeurde in de zomervakantie en duurde dus vreselijk lang. De aanvraag ging uiteindelijk de deur uit, maar bleek allesbehalve een hamerstuk. Ik werd genood bij een UWV arts. En verknalde vervolgens door mijn stress en achterdocht dat gesprek. De aanvraag werd afgewezen.
Er zat niets meer in mij dat nog kon vechten. De werkgever heeft bezwaar aangetekend. Via een bedrijf. Dat bedrijf werd later weer een ander bedrijf en leek uiteindelijk geen enkele rol te hebben gespeeld. De bedrijfsarts werd ingeruild voor een andere. Ik stond op scherp. Mijn achterdocht was als een bom. Eerste gesprek bij de nieuwe bedrijfsarts werd een drama. Tweede gesprek ging een stuk beter, gelukkig.
Opnieuw werd ik uitgenodigd bij een UWV arts voor het bezwaar. Ik kon mezelf bij dit gesprek nu wel onder controle houden en het gesprek liep goed. Uiteindelijk met bovengenoemd gevolg.

In de maanden dat deze aanvraag liep (september 2017 > maart 2018) ben ik over de bodem gegaan. Ik wist dat dit over mijn leven en mijn levensverwachting ging. Het was extreem emotioneel. Uiteindelijk dus met goede afloop.
Ik heb in de tussentijd aardig wat psychologen gesproken. Ik heb geen PTSS, maar wel wat symptomen. Waarom? Er zat veel boosheid in me. Ja, goh, mijn hele leven ging in één lange nachtmerrie naar de kloote. Is het gek dat ik af en toe een beetje boos ben?

Let life 2.0 begin!

Porcupine Tree:  Arriving Somewhere, But Not Here