En daar zat ik dan. In een rolstoel met een infuusje met zoutoplossing aan mijn pols. De plek van het infuus is mede bepaald door waar de verpleegkundige een goed doorlopend bloed
vat kan vinden. Ik ben namelijk nogal verkalkt. Anyway, in afwachting van het plaatsen van een stent in mijn nierslagader dus. Die slagader was vernauwd, een geweldige ontdekking van mijn internist, die op eigen initiatief (!!!) een oude MRI (of) CT scan van mij is gaan bestuderen, omdat mijn bloeddruk maar telkens hoger werd en ik een psychische limiet had bereikt in mijn medicijngebruik. Ik werd niet goed van de enorme hoeveelheid plaspillen die ik moest slikken. En al die andere pillen daarbij.
Die vernauwde slagader bood een uitkomst. Met een stent daarin, die het vat verwijdt, zou mijn bloeddruk wel eens kunnen dalen.
Afijn, ik ging de behandelkamer in en de artsen gingen aan de slag. Eerst een plaatselijke verdoving en een roesje. Vervolgens met behulp van röntgen op zoek naar het juiste vat en vervolgens schuiven met het flexibele metalen buisje dat de stent is. Op de afbeelding (die van de website van de Hartstichting komt) is te zien hoe een stent wordt ingebracht.
De artsen zagen alles op een scherm met daarop de röntgenbeelden van mijn liesstreek. In het begin kon ik even meekijken op dat scherm. Wauw, wat knap dat ze wijs konden worden uit die live röntgenafbeelding!
Helaas kon ik na een minuutje niet meer meekijken, het scherm werd weggedraaid. Ik voelde alleen nog maar en hoorde in de verte zachte stemmen. Het roesje sloeg dus aan…
Ze gingen aan de slag. Ik wist het, maar voelde het nauwelijks, op een paar momenten na, toen ik kort een vervelende ‘duwende’ pijn voelde in mijn onderlijf. Te suf om auw te zeggen :-). Dit kan ook door het inspuiten van contrastvloeistof zijn gekomen.
Afijn, na pakweg anderhalf uur waren ze klaar. Ik kreeg nog wat pilletjes ter voorkoming van klontervorming in mijn strot geduwd en vervolgens moest ik drie uur plat liggen om te voorkomen dat ik hele blauwe plekken zou krijgen en om de plug, die in de opening van mijn liesslagader was geduwd te laten settelen. Of zo iets.
Afijn, na drie uur en meerdere controles ging het sein op groen: ja, gaat u maar rustig naar huis.
Ja, heerlijk. Met de metro en de trein, in het spitsuur. Maar dat ging dus best aardig.Ik voelde me prima en verheugde me op thuis.
Op Station Almere Centrum stapten we uit de trein en in de lift naar beneden. En toen ging het mis. Ik draaide mijn hoofd en voelde ineens alles uit mijn lijf wegvloeien. Pats boem. Out. Helemaal. De man die naast ons in de lift stond ving mij op en sleepte mij de lift uit (hartelijk dank, meneer zonder naam!). Toen ik weer een beetje licht zag, hadden ze me op een bankje getild. Er stond eeen leger hele lieve, superfijne mensen om mij heen: veel politie en ook het bekende groen van de EHBO. Ik werd iets helderder en kon de vragen die ze me stelden beantwoorden. Helder dus. Maar mijn lijf wilde niets meer: alleen maar slapen en liggen. Mijn bloeddruk werd gemeten en ineens werd ik alert: hoeveel is-ie, vroeg ik. “Negentig over zeventig, meneer”. Boem, aha. Mijn bloeddruk was spectaculair ingestort. Ik werd blij en voelde een enorme geruststelling. Al kon mijn lijf nog steeds niks, mijn hoofd vierde feest, zeker toen het supergeweldige, enorm lieve, ambulancepersoneel vertelde dat ze ons thuis gingen brengen.
Thuis voorzichtig geprobeerd die bloeddruk weer wat omhoog te brengen, met koffie, zoute chips en brood met warm vlees erop.
Terwijl ik dit schrif is het twee dagen later. Mijn bloeddruk is nog steeds mooi, met een minimum aan medicijnen. Ik hoop heel erg dat dat zo blijft!
(url van de afbeelding: https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/behandelingen/dotter-en-stentbehandeling)