In gesprek met directies – of waarom die reacties wellicht niet komen.

Op het moment dat ik de zinsnede ‘de openbare bibliotheek onwaardig’ neerzette, grijnsde ik een beetje gemeen bij mezelf. ‘Ja, daar gaat wel ergens over gefronst worden’ dacht ik. En liet het zinnetje doelbewust staan.
Als er maar èrgens over nagedacht zou worden. Al was het maar tien seconden.

Ik wist niet dat de op Twitter veel gevolgde Patrick Heemstra de post verder zou tweeten, voorzien van de enigszins vileine Telegraafkop ‘keiharde blogpost over vrijwilligers in de bibliotheek’. Ik miste die tweet. Ik zag hem pas een dag later. Tot mijn verbazing kreeg ik e-mailtjes van mij onbekende bibliotheekmedewerkers. Word ik gelezen dan? Ja, meer dan honderd keer op een dag.

En dan reageert Erna Winters, directeur van bibliotheek Kennemerland, ineens op je blog. Nu ken ik Erna een héél klein beetje. In een heel grijs verleden, toen ik net begonnen was in bibliotheek Almere, was zij er kortstondig manager. Ik ben er heilig van overtuigd dat het hebben van een afwijkende mening bij haar geen enkel probleem is, zolang die mening ‘boven de gordel’ blijft. Ik vermoed hetzelfde bij Jacqueline Roelofs, de directeur van Biblionet Groningen, die later die avond nog eens bovenop mijn blog sprong.
Pfff. Ze zijn het er duidelijk niet mee eens. Maar goed. Wees welkom.

Ze hadden ook niet hoeven te reageren. Negeer het en het is na twee dagen stil. Niemand heeft het er meer over. Iets met omgekeerd Streisandeffect. Ik ben nou niet bepaald een influencer in de bibliotheekwereld. En de meeste van mijn blogs gaan over heel andere dingen. Maar ze reageerden dus wèl. Hun heel goed recht als ze het er niet mee eens zijn. De uitzending ging immers over hùn beleid. Mijn kromme tenen dus ook – al lag dat wat mij betreft vooral aan de toon. Ik vond die reacties wel grappig. Ik hoop dat het me binnen afzienbare tijd gaat lukken om Alkmaar en Groningen te bezoeken en hen even informeel te spreken.

Maar ik kàn me heel goed voorstellen dat dat voor anderen heel wat moeilijker ligt. En zou het voor mij waarschijnlijk ook zijn als ik nog een professionele band had met die bibliotheek. Het is niet niks als er ineens zo’n goed van de tongriem gesneden directeur tegen je mening ingaat teneinde zijn of haar beleid te verdedigen. Daar heb je niet zo één, twee, drie weerwoord op. Of vraag je je af of een weerwoord zelfs wel verstandig is. Heus. Die angstcultuur bestaat. En mag niemand kwalijk genomen worden.

Dus veel twijfels en kritiek over bibliotheekbeleid blijven gisten in de kroeg en leven daar hun leven. Nu verschilt dat beleid van bibliotheek tot bibliotheek, maar er bestaan in ieder geval en in het algemeen veel twijfels over de volgende dingen:

– kwaliteit van de collectie(s) in de toekomst
– de rol van de bibliothecaris in een ‘veranderend landschap’
– de toenemende invloed van marketing en communicatie op bibliotheekbeleid
– de verschuiving van bezetting door betaalde werknemers naar onbetaalde werknemers
– het niet meer bestaan van een serieuze – moderne – bibliotheekopleiding op hbo niveau

Bieb-a-palooza ging over de gevolgen van de veranderingen op medewerkers. Voor mij betekent dat: onrust, onvrede, onbegrip. In willekeurige volgorde.
Ik weet niet of het verstandig is van directies om direct bovenop ieder kritisch woord in de openbare ruimte te springen. Misschien moeten ze van een afstandje stilletjes luisteren. En kunnen ze er iets mee. Iets. Er wordt in die kroeg echt niet alleen dronken gezwetst. Maar het gesproken woord  zal de kroeg niet uitkomen als de gespreksdeelnemers zich bespied voelen. Of de boze echtgenoot (m/v) met deegroller op de hoek wanen.

De discussies zullen echt heel veel breder en opener gevoerd moeten worden. Al was het alleen maar om een breder draagvlak voor de veranderingen te creëren. Doe er iets mee op een bibliotheekcongres. Whatever. Ik beschouw het niet als mijn opdracht om daar verder iets op te verzinnen of diepgaand in mee te discussiëren. Ik zeg alleen maar dat het mij beter lijkt dat er open over gesproken wordt. We hebben het namelijk over een lastig omkeerbare toekomst van de openbare bibliotheek.