Epiloog

En ineens vallen dan de kwartjes. Marian was een volbloed narcist.

Terwijl ik mij in zit te lezen over het tragische lot dat een dierbare vriendin moest verdragen in haar relatie met een narcist, vallen ineens de kwartjes. Dit gaat over Marian! Als een narcist een doel in het leven heeft, kan hij/zij daarvoor alles zonder mededogen offeren. Het doel is altijd belangrijker. De narcist zal hierover geen berouw voelen.

Een narcist is volstrekt empathieloos. Zal nooit terugkijken of spijt krijgen over een kapotte relatie. Als je aan het verkeerde eind zit, zul je hem/haar nooit ever meer terugzien.

Toen Marian en ik elkaar aankeken daar in die kroeg, op die infame avond in 1980, was de wederzijdse liefde dieper dan ever. Ik weet niet of ik een vrouw ooit weer zò diep heb durven aankijken. Ik was diep in Marian en Marian was diep in mij. We wilden elkaar. Heftig. We wisten het. Ze knikte langzaam met haar hoofd.

Toen ze ineens geschrokken terugtrok besefte ze: maar Peter voelt geen behoefte om directeur te worden!

Marian in 1979Dan zal ik ook nooit in een vrij huis in Friesland wonen! Ze bevroor en wist dat ze mij ogenblikkelijk moest laten vallen. Ja, daar had ze best even verdriet van. Ze huilde want wist: mijn plan komt nooit uit met Peter.
Ik schrok me dood toen ik zag dat ze ineens stijf bevroren was. Ik kreeg bijna een hartstilstand. Kreeg het koud en warm tegelijk en wilde heel ver weg zijn. Maar ik wist ook: zo kan het niet. Zo kunnen we niet samen doorgaan. We moeten afscheid nemen. Wat ik allemaal verder hàd moeten doen is gelul. Ik deed het niet – het had ook niets uitgemaakt – en kreeg de klap van mijn leven. Ze was vertrokken toen ik van de wc afkwam. Om nooit meer met haar te spreken.

Marian bleek uit een bijna compleet narcistische familie te komen. Vader en zus waren ook narcistisch. Moeder was het zeker niet. Ooit vertelde Marian waarom haar nogal aantrekkelijke vader haar wat minder knappe moeder had uitgekozen. “Dat was makkelijker voor hem”. Ja, een narcist zoekt graag een empathische wederhelft. Dat weet ik nu. Toen was ik 21 en volledig blanco over zo iets moeilijks als narcisme.
Ik mag geen sorry zeggen van mijn vader“. “Ik heb een heel zwarte kant, die wil je liever niet zien“. “Jij bent de enige van school die ik niet haat“.
Ik was stekeblind. Ik vòelde me al best onzeker bij Marian, want ja, ik vermoedde wel een ‘freaky’ trekje, maar ja, ik was zó wanhopig verliefd, hè. Blind. Verblind. Wat moest het mooiste meisje van school in hemelsnaam met mij?????

Ik kreeg de klap waar ik niet om gevraagd had. Ik heb er ontzettend veel schade van gehad. Het duurde tien jaar voor ik een vrouw weer voldoende durfde te vertrouwen (mezelf durfde vertrouwen?) voor een langdurige relatie. Niemand snapte mij. Ik snapte mezelf niet, want ik had die rotavond in 1980 zo diep begraven dat ik er zelf niet eens bij kon komen.

Ja, ik had haar in 2018 zo graag nog eens gesproken. Om afscheid te nemen – al wist ik pas in 2019 precies waarom. Met een normaal mens was dat afscheid nemen waarschijnlijk al vele jaren eerder gebeurd. Met een narcist zal het nooit gebeuren.
Ik kan me daarbij neerleggen. Ik twijfel niet aan de waarheid van het gegeven.

Maar het laat me wel met vragen. Over haar moeder bijvoorbeeld. Zij mòet geweten hebben dat haar echtgenoot en dochters narcistisch waren. Ze zal onwaarschijnlijk verliefd op hem zijn geweest en er zal toen niet zo’n idiote eis aan haar zijn gesteld.
Hoe kon het dat zij en ik zo lang zo’n vriendschappelijke band hebben gehad? Omdat wij allebei de ‘niet-narcisten’ waren? Hoe heeft zij het in godsnaam zo lang uitgehouden in die kliek? Ook de kleindochters en -zoon ogen op zijn minst bijzonder verwend. Waarschijnlijk narcistisch dus.

Ze zeggen dat narcisten geen gevoel hebben bij een verbroken relatie. Geen empathie. Marian werd hysterisch toen ze mij voor het eerst zag na 13 jaar. Dat noem ik niet bepaald een empathieloze reactie. Ik maakte toen nogal wat los in haar 🙂 . Wat dan ook. Maar ik was in haar geheugen niet tot niemand gereduceerd. Beslist niet.

Toen ik mijn oproep op Facebook deed, in 2018, duurde het bijna drie dagen voor ik van haar zus een botte reactie kreeg. Een paar dagen later kon ik met de kennis die ik via de Facebook van haar zus inmiddels had opgedaan en via de statistieken op mijn weblog, zien dat Marian zelf mijn blog al na anderhalf uur bekeek op de dag dat ik mijn oproep deed. Een soort nieuwsgierigheid? Dezelfde nieuwsgierigheid die haar in 2015 deed omkijken naar mij? Ik vind het toch wel gek. Ik bleef in haar geheugen een bepaalde betekenis houden.
Ze kòn er niks aan doen, want een paar kapotte genen. Het is moeilijk om kwaad te zijn. Dat was het sowieso al voor mij. Want ik droeg de empathie die zij zo zocht.

Afijn, dit is het einde van mijn zoektocht, die begon op 28 februari 2015. Het is wel goed geweest zo.