De laatste tijd loop ik weer regelmatig aan tegen artikelen over de Borderline Persponlijkheidsstoornis (BPD, waarbij de D staat voor Disorder), een aandoening waarbij – heel simpel gezegd – de patiënt in zijn gedachtenwereld tussen uitersten heen-en-weer wordt geslingerd.
Er zijn best wel goeie en toegankelijke boeken over het onderwerp geschreven, een aanrader is Gevalletje Borderline van Kathelijn Hulshof.
Waarom heb ik het hier ineens over? Welnu, lang, lang geleden was mijn ex-partner het slachtoffer van deze aandoening. Ze onderdrukte de stoornis, waardoor er bij haar ook vermoeidheidssymptomen begonnen op te treden. We woonden best lang samen. Dat ging goed, totdat een psycholoog er in slaagde de borderline stoornis bij haar los te krijgen. Die stoornis begon zich uiteindelijk tegen mij te keren. Ik kon dit niet vedragen en de relatie ging uit. (Ik had heel veel verdriet, maar kwam er toen pas achter hoeveel ontzettend lieve mensen er bij de bibliotheek in Capelle aan den IJssel, mijn oude woonplaats, werkten. Ik krabbelde op uit een diep dal. Heel veel later, toen ik in Almere wegens mijn gezondheid moest stoppen, ben ik nog speciaal naar Maastricht gereisd om nog één keer met mijn oude Capelse manager, die daar inmiddels woonde, het glas te heffen. Never forget).
Maar goed, Borderline, ik heb er dus persoonlijke ervaringen mee en denk bij het tegenkomen van de term vrijwel altijd direct aan haar. Nee, ze kon er niks aan doen. En we zijn gelukkig als heel goede vrienden uit elkaar gegaan. Ieder onze eigen weg, allebei geworden wie wij zijn. Ik vraag me dan ook regelmatig af hoe het met haar gaat.
Stom? Zo lang geleden? Een ex? Drie maal ja. Shoot me. But that’s me.